Pagus Thesandrie

In 1836 publiceert het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen een verhandeling over de geschiedenis van de provincie Zeeland van de hand van predikant en schoolopziener J. ab Utrecht Dresselhuis.

Bij het onderwerp 'Land van Cadzand' wordt een publicatie aangehaald van Adriaan Kluit (1735-1807), hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Leiden:

"Cadzand behoort ongetwijfeld mede tot de oudere gronden, ofschoon men van deszelfs vroegste gesteldheid niet veel kan zeggen. In een charter van 976, waarbij Keizer Otto II der abdij van St. Baaf te Gent, zekere haar ontnomene goederen bevestigt, vindt men gewaagd van een pagus Thesandrie, in welke de abdij bezat Nortrevinc en Idingehem, welke parochiën zij, cum acclesiis et omnibus adiacenciis ten gezegden jare verwisselde tegen Felthem en Holthem, een nog onder Aalst bekend Bisschopsgoed, welke zeker edelman, Folgbert, aan haar afstond.
Men zal bij deze pagus aan Cadzand moeten denken. Mij is toch niet bewust, dat men ergens elders in Vlaanderen een Thesandrie aantreft. Bovendien vond men in Cadzand voorheen een Grévestein, zeer ligt van Revincstein herkomstig of daarin verbasterd; hetgeen mogelijk in de Xde eeuw, in tegenstelling met het Greveninge bij Sint Anna, Noord Grevening genoemd werd."

Het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden publiceert op haar beurt in 1848 deze bevindingen:

“Pagus Thesandrie; naam welke voorkomt in een charter van het jaar 976, waarbij keizer Otto de abdij van St. Baafs te Gent in zekere haar ontnomen goederen bevestigt. Vermoedelijk zal men met dat pagus het tegenwoordige Land Van Kadzand in Staats-Vlaanderen bedoeld hebben.”


De pagus Thesandrie wordt ook geschreven als Texandrië, Taxandria, maar voornamelijk als Toxandrië. Het gebied zou door de Romeinen Taxandria genoemd zijn, omdat er veel venijnbomen (Latijn: Taxus) groeiden.

De parochiën Nortrevinc (et in pago Thesandrie Northreuuic et ... cum ęcclesiis et omnibus adiacentiis) en Idingrhem (et in pago Thesandrie ... et Idingehem cum ęcclesiis et omnibus adiacentiis) zouden op Cadzand liggen.
Volgens de laatste inzichten zou met Nortrevic Noordwijk in Noord-Holland bedoeld zijn. De overige parochiën liggen echter in Toxandrië bij Antwerpen en Duisburg.

Nortrevinc met als verbastering Noord Grevening is aannemelijk, maar heeft geen link naar Buerchgravensteen/ Grevenstein op Cadzand.
Graaf Boudewijn I (837-879) zou in Gent de eerste versterking (Gravensteen) hebben laten oprichten als verdediging tegen de invallen van de Noormannen. Graaf Arnulf I (889-965) liet de versterking drastisch verbouwen tot wat gezien kan worden als de eerste echte voorloper van de latere burcht. Deze bouwwerken waren algemeen verspreid in de 11e en de 12e eeuw. Zo bevestigden de edelen, en dus ook de graaf van Vlaanderen, tegenover de vorst, andere edelen en ondergeschikten hun aanwezigheid in een bepaald gebied.

Bron: Zeeuws Genootschap der Wetenschappen, deel 1, 1839.