Onze Vrouwe Kerkcke op Cassant

Vanaf de 11e eeuw wordt de zandplaat Cesant, later genoemd Het Eiland van Cadzand, bewoond door schaapsherders en landarbeiders uit het Graafschap Vlaanderen.
In 1096 gaf het bisdom Doornik aan het dekenaat Aardenburg de opdracht een parochie met kapel op het eiland Cadzand te stichten. In het goederenregister uit 1275 van de Sint Baafsabdij, die het patronaat had over de kapel, staat geschreven dat in de jaren 1111/1115 heffingen voor de kerk te Cadzand plaatsvonden en dat tegenover de huidige kerk de Kercpolre lag (zie Oudelandse polder nr.27).

De Onze Vrouwe Kercke (Mariakerk) in Cadzand is begin 13e eeuw door het bisdom Doornik gesticht. De St. Baafsabdij bezat het patronaatsrecht, dat wil zeggen het recht om tienden te heffen en een pastoor te benoemen. Naast de jaarlijkse tienden had de abdij voldoende landbouwgronden van berouwvolle Vlaamse edelen gekregen om het onderhoud van de enkelbeukige kerk te kunnen bekostigen.
Het bouwmateriaal uit de steengroeve van Doornik werd aangevoerd met schepen over de Maas en vanuit Antwerpen via de Westerschelde en de huidige Badhuisweg.

De inrichting was eenvoudig, een vloer van aangestampte aarde, het altaar aan de oostzijde tegenover de ingang en de 12 afbeeldingen van de kruisweg in de nissen aan de beide muren (aan één zijde later de pilaren). Stoelen en banken waren niet gebruikelijk, alle gelovigen stonden.

Foto: impressie van de enkelbeukige kerk uit de 13e eeuw.

Tot 1231 werd de zielzorg op het eiland Cadzand slechts door één geestelijke uitgeoefend. Uit dat jaar stamt een verzoek van Cadzand aan de abt van St. Baafsabdij om naast de pastoor een kapelaan te benoemen. Het kwam namelijk geregeld voor dat de pastoor, wanneer hij het eiland om de een of andere reden had verlaten, wegens storm of woelig water dagenlang de oversteek niet kon maken en er dus geen geestelijke bijstand kon worden verleend.

De kerktoren Sint Lambert stond los van de kerk aan de linkerkant van de ingang. Voor zeelieden vormde de lijn tussen deze St. Lamberttoren en de toren van Vlissingen de tolgrens op de Westerschelde. Joris Carolus vermeldt in zijn zeeatlas van 1634: "Wanneer (te weten bij het inlopen der Wielingen) het Kasteel van Sluis komt aan een hoge, plompe toren, staande op Cadzand bewesten Sluis, genaamd Sint Lambert, dan is men de Franse Tol gepasseerd en mag men vrij Oost aangaan recht op Vlissingen".

Foto: voorbeeld van de Sint Lamberttoren in Romaanse stijl (kerktoren Ewijk).

In 1347 ondertekent Koning Eduard III van Engeland een verdrag te St Winocx-Bergen, dat hij als vergoeding voor de geleden schade op het eiland van Cassant een kerk en een klooster zal stichten voor 13 monniken van de orde der Kartuizers en een hospitaal zal oprichten voor een abdes en 7 nonnen. Dit alles vond geen doorgang.
Misschien is er wél een verband tussen dit verdrag en de uitbreiding rond 1350 van de Mariakerk met de noordbeuk.
Hoe dan ook, begin 14e eeuw is, vanwege de bevolkingsaanwas, de noordbeuk aan de zuidbeuk gebouwd. De tussenmuur werd gesloopt en vervangen door pilaren. In het overgebleven stuk muur zit nog de opening waardoor een lijkkist vanuit de kerk naar het aangrenzende kerkhof werd gereden. De indeling van het kerkgebouw bleef ongewijzigd (west-oost).
Foto: impressie van de kerk uit de 14e eeuw.

Bij zijn overlijden werd de gewone man begraven "in coemeterio" op het kerkhof rond de kerk. Om in het kerkgebouw begraven te worden, moest men ervoor betalen. Het tarief schommelde naargelang het een volwassene of een kind betrof en naargelang de begraafplaats in de kerk. Zo werden de mensen begraven "in templo" in de kerk, "in choro" in het koor vooraan de kerk of "in summo choro" in het hoogkoor, de plaats waarbinnen het hoogaltaar staat.
Hoe rijker, hoe dichter bij het altaar. Daar zou de uitdrukking "rijke stinkerds" vandaan komen. Lees artikel.
Onder Jozef II, eind 18 de eeuw, werden de rituelen om de mensen te begraven in de kerk afgeschaft. Na de restauratie in 1931 zijn de grafstenen als aanvulling in de vloer verwerkt. Er ligt dus niemand onder begraven.

Bij de kerkelijke hervorming, met in 1566 de Beeldenstorm, bleef de Mariakerk op het geïsoleerde eiland van Cadzand gespaard.
Door de Allerheiligenvloeden van 1570 en 1590 stonden de grote polders onder water. Veel bewoners vertrokken naar Vlaanderen. De op het eiland gelegerde soldaten sloopten het lood van het kerkdak om er kogels van te gieten. De kerkklok uit de St. Lamberttoren werd omgesmolten tot kanon. De kerk was een bouwval geworden.

In 1604 landde Prins Maurits met 11.000 manschappen op Cadzand en voegde het eiland van Cadzand bij de Noord-Nederlandse Gewesten. Het Protestantisme wordt ingevoerd. De Staten Generaal beslisten in 1606 dat er vanuit Sluis wekelijks een predikbeurt op Cadzand vervuld diende te worden. Dit geschiedde onder andere door predikant Rob de Rieu.
In 1609 werd de zuidbeuk van de kerk hersteld en geschikt gemaakt voor de Protestantse Eredienst. De oost- en de westgevel zijn tot de grond toe afgebroken en nieuw opgetrokken van gele handvormsteen en oude gele moppen. Er werden een preekstoel en banken geplaatst. In 1609 aanvaardde de eerste eigen predikant Marcus ab Halle zijn ambt.
Een nieuwe klok in de St. Lamberttoren is in 1611 gegoten door Jan Burgerhuys te Middelburg.

Door geldgebrek duurde het tot 1641, voordat de noordbeuk hersteld kon worden. De indeling van de ruimte werd van oost-west naar noord-zuid gewijzigd met de preekstoel aan de noordkant en met een stenen vloer. Het Vrije van Sluis schonk de kerk toen een gebrandschilderd raam.

De van oorsprong katholieke kerk van Cadzand was rijk aan grondbezit: in 1610 bedroeg het bijna 100 ha. In 1665 was dit al geslonken tot ongeveer 58 ha. Een gehele polder was gedeeltelijk "gevloeid", in zee gespoeld, gedeeltelijk tot duin geworden. In 1677 moesten uiteindelijk alle landerijen verkocht worden om de leningen en de achterstallige renten te betalen.
In 1677 was de St. Lamberttoren dermate vervallen, dat besloten werd deze af te breken. De stenen zijn hergebruikt voor de reparatie van de kerk, de pastorie en waarschijnlijk de bouw van het knekelhuisje. De klok is in de nieuwe dakruiter boven de ingang op de zuidbeuk gehangen. (foto links)
De met een Romaans kruisgewelf gedekte sacristie werd weer opgebouwd, van de kerk afgescheiden en later opgenomen in de omstreeks 1623 gebouwde pastorie en vormde zo tot 1894 het middelste vertrek van de predikantswoning. (foto rechts)

In 1685 kwamen een aantal Hugenoten uit de omgeving van Calais naar Cadzand en stichtten daar een Waals-Hervormde Gemeente, die sterk uitgebreid werd in 1713 door geloofsgenoten uit de omtrek van Rijssel en in 1771 uit Picardië, Champagne en het gebied van Orleans. De Waals-Hervormde Gemeente hield tot 1719 haar diensten in de Hervormde Kerk en kreeg toen haar eigen gebouw op de plaats van het huidige Zwingebouw. Door integratie met de bevolking ging in 1817 de Waalse Gemeente op in de Hervormde Gemeente. De grote koperen lichtkroon en de kleine rechter lichtkroon uit 1698 zijn het enige wat van haar overgebleven is. De linker kleine lichtkroon is een kopie, gemaakt in 1931, omdat naar Engeland geëmigreerde Hugenoten het originele exemplaar hadden meegenomen.
De eikenhouten preekstoel, de beide bijbels en de eikenhouten bolspoottafel zijn uit de 17e eeuw.

In 1824 moest het gehele dak van de kerk vernieuwd worden. Het is opnieuw gedekt met Franse leien. Koning Willem I schonk daarvoor een bedrag van duizend gulden.

In 1869 is het kerkhof, dat rond de kerk lag, verplaatst naar de huidige lokatie aan de Erasmusweg. Jarenlang zijn nog beenderen gevonden. Daarna zijn er huizen op gebouwd. Na de bombardementen in 1944 zijn die niet herbouwd.

In 1892 heeft men de kerk van een vlakke zoldering voorzien en in 1902 is het Kruse-orgel geïnstalleerd. De kerk was toen al in slechte staat. De beuken waren gedeeltelijk afgeschermd vanwege lekkage door achterstallig onderhoud, ramen waren dichtgetimmerd en hemelwater sijpelde langs de muren.



In 1929 kwam geld beschikbaar voor een algehele restauratie onder leiding van rijksbouwmeester Van Heeswijk. Bouwmaterialen zijn zo veel mogelijk hergebruikt. Bij de bouw is ook Doornikse kalksteen gebruikt van de in 1811 afgebrande St. Janskerk te Sluis. De muren van de kerk, die in 1609 waren verlaagd, kwamen weer op de oorspronkelijke hoogte en de kapitalen en basementen van de pilaren werden hersteld. Omdat men vloertegels te kort kwam,zijn vier grafstenen uit de 16e eeuw, die overgebleven waren van het oude kerkhof en van dezelfde blauwe hardsteen zijn, bij het herstel in de vloer verwerkt. Onder de banken heeft men ter besparing van kosten een vloer gelegd, samengesteld uit afval van baksteen en cement. De dakruiter is vervangen door de huidige klokkentoren met een 8-daags uurwerk met slagwerk en 2 wijzerplaten. Gebrandschilderde glas-in-lood ramen werden geplaatst. De vergane eikenhouten banken zijn vervangen door goedkopere vurenhouten exemplaren. Het houtsnijwerk van de uit 1650 daterende banken werd tot versiering van de nieuwe banken gebruikt. Alleen de oude eikenhouten preekstoel is behouden. De vlakke zoldering is verbouwd tot het huidige tongewelf. Twee kachels verwarmden het gebouw. De elektrische verlichting uit 1924 werd vervangen door 7 Siemens lozetlampen van 300 Watt per stuk. In plaats van het dakruitertje werd door de gemeente Cadzand de sierlijke renaissancetoren tegen de kerk aangebouwd. In 1931 kon de kerk weer in gebruik genomen worden. Foto rechts: Linksboven aannemer Izaak Abraham Bossand, 2e van links bouwkundige P.J. Kouwe, rechtsboven de zoon van de aannemer, Jacobus Abraham Bossand.



De toren is gebouwd door Adriaan van Dale
(foto), metselaar uit Cadzand, in opdracht van de gemeente Cadzand. Van Dale heeft onder andere de molen Nooitgedacht (1894) gebouwd en de Lagere School (1917) aan de Prinsestraat. Hij verwachtte daarom ook de kerk te mogen verbouwen. Het werd echter Izaak Bossand uit Oostburg met een gunstiger prijs. Overigens werd de afgesproken prijs voor de kerk ruim overschreden door meerwerk.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is de toren door de bezetter als waarnemingspost gebruikt. Tekeningen met doelen en afstanden stonden op de muren. (foto links). Bij de restauratie in 2009 zijn deze jammer genoeg grotendeels onder een afsmeerlaag verdwenen.

Bij de eerste geallieerde luchtaanval op 8 oktober 1944 is door bommen en door afweergeschut veel schade aan o.a. de kerk en de molen aan de Molendijk toegebracht. Daar vielen ook de eerste burgerslachtoffers.De kerk kreeg 2 granaatinslagen te verwerken (foto rechts).


De gebrandschilderde ramen uit 1931 zijn, op dat met het Lam Gods na, verloren gegaan. Het Lam Gods is verwerkt in het raam van de zuidbeuk tegenover de ingang.

De schade aan de dakspanten is nog zichtbaar (foto rechts).



In 1957 is de pastorie uit 1894 afgebroken en werd in 1963 de consistorie tegen de kerk aangebouwd. Aan de markt tegenover de kerk is een nieuwe predikantswoning gebouwd, die tot 2001 in gebruik was.


November 1964 is een nieuw kruis op de toren gezet door Ko en Piet de Wolf sr., timmerman Hamelink en aannemer Dierings. Veiligheidsvoorschriften waren in die tijd summier. Er werden balken door de galmgaten gestoken en aan de rechterzijde vastgeklemd. Links werden planken gelegd voor de ladder. Onderaan de ladder houdt waarschijnlijk Dierings deze tegen, terwijl bovenaan de, als onverschrokken bekend staande, Hamelink het kruis plaatst.
De haan en de bol uit 1929 van smid Robijn zijn er weer op geplaatst. In eerste instantie durfde niemand naar de top te klimmen, totdat een onverschrokken inwoner op een onbewaakt moment een oude verfemmer op de torenspits plaatste, als bewijs dat het kon. Men heeft het bruijne vermoeden dat een zekere Piet de waaghals is geweest.

Rond 1965 werd voor het eerst groot onderhoud uitgevoerd aan de toren. De loodslabben en de leienbedekking moesten worden hersteld, de bliksembeveiliging boven op de torenspits werd voor alle zekerheid vernieuwd.

In 1981 liet de nieuwe gemeente kleine herstelwerkzaamheden uitvoeren aan het voegwerk van de gevels en de toren.

In 1982 voerde een specialist in bliksembeveiligingen, een gedeeltelijke inspectie van de toren uit. Geconstateerd werd zware roestaantasting van het ornament (basis van de torenhaan), de vlaggenmasthouder en beugel, de klokkenstoel en de verankeringen.

In 1999 brak door roestvorming de ophanging van de luidklok. Vakkundige reparatie door Kezantenaoren voorkwam erger.

In 2009 is de toren grondig gerestaureerd, balken zijn vervangen, het voegwerk is hersteld en er is een nieuwe opgang gemaakt. Het uurwerk is gereviseerd door de firma Eijsbouts, hetzelfde bedrijf, dat in 1931 het uurwerk leverde.

De Protestantse Gemeente Zuidwesthoek is eigenaar van de kerk. Het gebouw wordt niet alleen voor diensten gebruikt, maar ook voor concerten en kunstexposities.

Dankzij de Hervormde Gemeente Zuid Westhoek, de Stichting Behoud Dorpskerk Cadzand, de provincie Zeeland, de gemeente Sluis en de bevolking kan het kerkgebouw nog lang voor ons nageslacht behouden blijven.


Predikanten van de Hervormde kerk

(-Rob de Rieu, interum predikant uit Sluis, ca.1606-1609)
-Marcus ab Halle, proponent, alhier overleden, 1609-1622 (of 1623);
-Adriaan Corneliszoon Langendam, gekomen van Breskens, vertrokken naar Westkapelle, 1623-1633;
-Petrus van Thoor, gekomen van Oosthuizen, vertrokken naar Middelburg, 1631-1633;
-Johannes Sterthenius, proponent, vertrokken naar Oost-Indië, 1633-1640;
-Petrus Dobbelaer, gekomen van Renesse, alhier overleden, 1641-1661;
-Johannes Urselius, vroeger predikant te Essequebo (West- Indië), 1662-1672;
-Jacob Eduardi, gekomen van Nieuwvliet, alhier overleden, 1672-1676;
-Petrus Pollion, gekomen van St. Kruis, vertrokken naar Aagtekerke, 1667-1720;
-Martinus van Groenenberg, proponent, alhier overleden, 1679-1720;
-Eelco Eelcoma, gekomen van Nieuw Brongerga (Fr.), alhier emeritus geworden, 1721-1738;
-Leonardus Ens, proponent, vertrokken naar Breskens, 1739;
-Frederik van Huchem, proponent, alhier emeritus geworden, 1740-1774;
-Philippus van Duren, gekomen van Sliedrecht, vertrokken naar Wolfaartsdijk, 1774-1778;
-Johannes Steenbakker, gekomen van Ouwerkerk bij Zierikzee, vertrokken naar Biervliet, 1778-1780;
-Diederik Cornelis van Voorst, gekomen van Sint-Anna ter Muiden, vertrokken naar Hien en Dodewaard, 1781-1785;
-Johannes van Dasselaer, gekomen van Oene (Gld.), alhier overleden, 1785-1796;
-Jacobus de Rochefort, proponent, vertrokken naar Westkappel, 1798-1808;
-Henri Louis de Jonge, proponent, vertrokken naar Oost-Souburg,1810-1814;
-Willem Jan Berghuis, proponent, vertrokken naar Wanneperveen (Ov.), 1815-1820;
-Cornelis Pieter Lammers van Toorenburg, gekomen van Dreischor, vertrokken naar Domburg, 1821-1827;
-Johannes van Rhee, gekomen uit Benningbroek (N.H.), vertrokken naar Biggekerke, 1828-1832;
-Jan Pieter van Hal, gekomen van Serooskerke op Schouwen, ontslagen, 1832-1844;
-Hubertus Johannes Janssen, proponent, vertrokken naar Groede,1845-1851;
-Johannes Jollius Six Dijkstra, gekomen van Ellewoutsdijk, alhier emeritus geworden, 1852-1893;
-Frederik Breen, proponent, vertrokken naar Oostkapelle, 1894-1899;
-Willem Hendrik Weeda, proponent, vertrokken naar Oosterland op Duiveland, 1900-1908;
-Drs. Hendrik Ferdinand de Puy, gekomen van Terkaple en Akmarijp (Fr.), vertrokken naar Lutterade (L.), 1908-1927;
-Frederik Aarnout Visser, gekomen van Oosterzee en Echten (Fr.), 1-10-1927, met emeritaat vertrokken naar Heemstede op 27-8-1940;
-Jan Adam Talma, proponent, gekomen op 13-5-1941, vertrokken naar Zaamslag op 24-2-1946;
-Max Enker, proponent, gekomen 16-6-1946, vertrokken naar Koudekerke op 2-1-1949;
-Arend Chrisiaan Wolter ten Cate, gekomen van Noordgouwe op 24-7-1949, vertrokken naar de Krim (Ov.) op 18-2-1962;
-Willem Cornelis Luuring, gekomen van de Krim op 25-2-1962, met emeritaat vertrokken op 31-1-1971;
-Jacob Willem Schokking, gekomen op 13-8-1972 uit Rotterdam, vertrokken met emeritaat op 18-8-1977.

1 november 1977 is de combinatie Sluis - St.-Anna ter Muiden - Retranchement – Cadzand opgericht, met als doel om één predikant te kunnen bekostigen voor de gehele combinatie. Dit is blijven bestaan tot 1 januari 1999; vanaf deze datum is de combinatie overgegaan tot een volledige fusie, met als naam N.H. Gemeente Zuidwesthoek. De toenmalige predikant van Sluis - St. Anna ter Muiden - Retranchement werd ook de predikant van Cadzand.

-Cornelis Balk, vertrokken in december 1991 naar Tholen;
-Arie J. Houwaart, gekomen op 12-1-1992 uit Kuinre en Blankenham, vertrokken naar Veendam in mei 2000;
-Jan W. Blankert, gekomen op 11-03-2001 uit Edam/Volendam, vertrokken naar Amsterdam in september 2007.

15 mei 2007 is de naam gewijzigd in Protestantse Gemeente Zuidwesthoek.

-Irma J. Nietveld, gekomen op 13-1-2008.