TIENHONDERDPOLDER


Zoals met alle grote polders op het Eiland van Cadsand bestond de Tienhonderdpolder oorspronkelijk uit een aantal poldertjes/percelen, gescheiden door een cade. Door overstromingen in 1375, 1377 en 1394 stonden de percelen op de oostelijke helft van het eiland onder water.
Na de overstromingen zakte het water en bleven geulen en kreken over. De grootste geul heette de Schotse Geul of Stryde, die doorliep in de later bedijkte Strijdersgatpolder, die naar deze geul genoemd is.


In 1402 is de Tienhonderdpolder, met een oppervlakte van 1000 gemeten, bedijkt. De St. Baafsabdij participeerde voor 41 gemeten in de bedijking; de andere bedijkers, aan wie de tienden werden verpacht, waren Jan Davidszoon en Jan Drelinc. Ridder Jan van der Capelle stond borg voor hen, dat zij op tijd de pacht voor de tienden betaalden.

De volgende percelen worden genoemd in een goederenregister uit 1431 van Victor van Vlaanderen en in de leenregisters uit 1435/1468 van de Burg van Brugge:
-de grote en cleene Sompe,
-de grote en cleene Valscaert,
-mijn sher Vrancx polrekin,
-percelen die zich uitstrekten „van den Oostvliete noordwaert,
-van der Oostghuele noordwaert omme tote Blooterschate,
-noord over de ghuele in den grooten Valschaert,
-noord over de ghuele in den Broloos,
-in den Bloothers an 't noordhende van den nieuwen polre in d'haerme Dierne,
-in Picsand,
-in den Calewaerd.

Een strook buitendijks land strekte zich uit „van Blootersgate noordwestwaerd omme tote Stockelinscruce, d.w.z. tot voorbij de Tienhonderdpolder.

Er worden ons ook enkele wegen genoemd in „den Moerkerkschen polre", zoals de weg „die comt van der scaperie walle" en de weg die van Masekins-houke naar Jan Kusse liep.
Langs de „cleene Vlasschaert" (= Valschaert) en de „cleene Sompe" liepen eveneens wegen.
De naam „wase gole" (wase = slijk) als perceelsbegrenzing wijst evenals „Sompe" op natte, slijkerige grond.

De ligging van de poldertjes/percelen die na 1500 genoemd worden is niet bekend:
Goutpolder/Goudinenpolder (gelegen in het Noorden)
Oostpolder (gelegen bij Oostvliet)
Buysenbier
Brouwerswale
Steertpolder
Quaet Atrecht
Wevelsant
"de polder waar Joh. f. Davits stede staat"
  Rootpolder
Salomonspolder
Noortpolder

(De drie laatstgenoemde beginnen verloren telkens grotere of kleinere stukken land door nieuwe inlaag-dijken, die in de jaren 1500, 1527 en 1538 werden aangelegd)

HOFSTEDEN
(de nummering wordt gebruikt in ‘De Hofsteden van Cadzand’, uit 1977 door drs. H. van de Vijver, een heruitgave met uitbreiding van het gelijknamige boek uit 1928 van dr. J. de Hullu. De beschrijvingen zijn uitgebreid tot heden door cadzandgeschiedenis.nl)

31. hofstede van Jacob Dathijn (camping De Wulpen)
32. hofstede van Jacob Adriaansen
33. hofstede van Pierre Antoine du Bus (Kools Loon- en Grondverzetbedrijf)
34. hofstede van Jacob Dieleman (Faro Greenpark)
35. hofstede van Daniël Vervaete
36. hofstede van Jean Albert (camping De Hoogte)


Toen de Vlamingpolder nog niet door een aangestoven duin van het buitenwater was afgesloten lag er een getijdegeul, het Persschorre. Deze geul werd door de vissers van Cadzand gebruikt als haventje. Men kon alleen naar binnen met voldoende hoog water. Als sein dat de vissers naar binnen konden werd een tak van een boom/staak in het zand naast de ingang geplaatst. Deze staak heet in het Zeeuws-Vlaamse dialect een ‘perse’, afgeleid van het Franse ‘perche’. Schorre spreekt voor zich: een schor is een inham aan het strand, die bij laag water droog staat en bij hoog water overstroomt. Links: de kaart van kaartmaker Mogge uit 1656, die de situatie na de dijkreparatie toont.

De buurtschap Oostvliet (zie kaart links) wordt genoemd in 1414 vanwege een bezoek van het bestuur van Brugge aan het Zwarte Gat. Op de betrouwbare landkaart uit 1578 van Pieter Pourbus staat Oostvliet aangegeven in de kom van de huidige Zwartepolderweg en de St. Jansdijk. De er naast getekende bootjes geven aan dat de inwoners vissers en zonder twijfel landarbeiders zijn.

Rond 1600 woonde er de Vlaamse familie Blaes. Vader Leonard Blaes (deftig: Blasius) was een vestingbouwkundige in Zeeuws-Vlaanderen en later architect in dienst van koning Christiaan van Denemarken. Over zijn vrouw Hillegonda Bartelings zijn geen bijzonderheden bekend. Hun zoon Gerardus Blasius (geboren 1625 te Oostvliet, overleden 1682 te Amsterdam) was een van de eerste Amsterdamse hoogleraren medicijnen. Hun tweede zoon Joan Blasius (geboren 1639 te Oostvliet, overleden 1672 te Amsterdam) was een vooraanstaand advocaat en schrijver in Amsterdam. (Er zijn echter sterke aanwijzingen, dat de familie Blasius woonde in Oostvliet bij Leiden.)

In 1596 togen leden van het Brugsche Vrije naar Cadzand om met de Spaanse commandant Lespine van gedachten te wisselen over de aanleg van een fort bij Oostvliet om de bewoners en hun vee te kunnen beschermen tegen de aanvallen van de geuzen vanuit Vlissingen. Rond 1600 werd het redoute St. Jan gebouwd op een knooppunt van dijken, daar waar de Sint-Jans-, de Tienhonderd- en de Zwarte Polder samenkomen.
Nadat St. Jan in 1604 was ingenomen door Ernst Casimir van Naussau-Dietz, legeraanvoerder onder Maurits, had het geen functie meer en werd het geslecht. Eind 17e eeuw is op de plaats van het fort een hofstede gesticht, genaamd St. Jan, later De Hoogte.

Door een uitzonderlijk hoge waterstand van de Westerschelde overstroomden in 1802 de (inmiddels) Zwarte Polder en het dorp Oostvliet. In de jaren daarna is de Zwarte Polder herdijkt. Oostvliet is niet meer hergebouwd.

Bron:
Hofsteden van Cadzand, H. van de Vijver, heruitgave 1977
Kaart van de landen onder de Watering van Cadzand, D. Hattinga, 1660
Kaart eiland van Cadzand, Pieter Pourbus, 1578
Kaart fortificaties, J. Blaeu, 1649
Historische Geografie van Westelijk Zeeuws-Vlaanderen, deel II, Gottschalk, M.K.E., 1958
De Nederlandse en Vlaamse auteurs, G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse, 1985
Breskensche Courant, artikel van J. de Hullu, 1903
Stercktenbouw, Staats-Spaanse linies en versterkingen in Noord- en Zeeuws-Vlaanderen tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), 2006.
Google Earth 2012
H+N+S; Forten en schansen, 2003.