Vergunning molen Cadzand
Vergunningaanvraag uit 1619 om de Oostmolen aan de Strijdersdijk te verplaatsen naar de huidige Zuidzandseweg/Ringdijk-Noord.
De aanvraag is ingediend door de hoofdmannen van Cadzand, de voorgangers van het gemeentebestuur. Gesproken wordt over 3 korenwindmolens, waaronder die van Luitzande (= Zuidzande). (Heerlykheit van Nyeuvelt = Nieuwvliet).
De 3 molens (Westmolen, Oostmolen en de Zuidzandemolen blijken in de voorgaande oorlogsjaren vernield te zijn.
De West- en de Oostmolen liggen een mijl van Cadzand. ’s Winters is dat een probleem vanwege de onbegaanbare wegen. Bovendien moet men bij wisselend weer vaak meermalen tevergeefs naar de molen. De aanvrager wil daarom de Oostmolen (van de Strijdersdijk) herbouwen dichter bij Cadzand, en wel 200 roeden (=3.84 m) van de kerktoren, de huidige plaats van de molen Nooitgedacht.
Cadzand zal de windbelasting van 6 Carolus gulden per jaar betalen ingaande 29 oktober 1620. De Hoogmogenden (regering) gaan akkoord.

Deze aanvraag werd gedaan nadat goedkeuring was verleend aan Joris Adourne om een molen te bouwen in (oud-)Nieuwvliet bij de kerk, met als doel Nieuwvliet en Cadzand te bedienen. Cadzand vond de grotere afstand naar (oud-)Nieuwvliet bezwaarlijk en deed daarom haar verzoek de oude molen van de Strijdersdijk te verplaatsen naar Cadzand.





Meer informatie over bovengenoemde molens.

Bron: Dodt, J.J.; Archief voor Kerkelijke en Wereldsche Geschiedenissen, deel 7, 1848.