STAATS-VLAANDEREN


Aantal inwoners van Catzandt: 609.

27 juli 1794. Frankrijk herovert west Zeeuws-Vlaanderen op de Noord-Nederlandse gewesten. Het valt in twee stukken uiteen: het “Département de l'Escaut" (Oost-Vlaanderen) en het “département de la Lys" (West-Vlaanderen) Bij dit laatste behoorde een groot deel van de Zwinstreek. Dit gebied staat sinsdien bekend als het Vrije van Sluis.
Binnen het Vrije van Sluis is het schepencollege te Sluis het enige gerecht. Op bestuurlijk gebied echter beschikken sommige onderdelen over een beperkte vorm van autonomie. Dit zijn de parochies Cadzand (bestaande uit de dorpen Cadzand, Zuidzande en Retranchement), Groede, Schoondijke, Sint-Kruis, Sint-Baafs, Onze-Vrouwe-Bezuiden en Oud-Heille. Deze parochies hebben een eigen budget waarvoor ze belastingen (de parochielasten) kunnen heffen. Hun belangrijkste taken zijn de handhaving van de openbare orde en het onderhoud van wegen en gebouwen. De polders in het Vrije van Sluis die niet tot een parochie behoren, worden rechtstreeks vanuit Sluis bestuurd.
In West-Zeeuws-Vlaanderen liggen behalve het Vrije van Sluis ook nog twee ambachtsheerlijkheden, Nieuwvliet en Breskens. Daarnaast strekt het grondgebied van de in de Zuidelijke Nederlanden gelegen heerlijkheden Watervliet, Waterland en Middelburg zich voor een deel uit over Staats gebied. Hoewel al deze heerlijkheden formeel niet tot het Vrije van Sluis behoren, zijn ze er toch op verschillende manieren mee verbonden.

De Fransen schaffen de middeleeuwse wetten en voorrechten af, o.m. het tienderecht. De kasselarijen en ambachten worden vervangen door arrondissementen en kantons, die een eigen administratie krijgen. De parochies worden omgevormd tot "communes" met een gekozen bestuur: een "maire", twee assessoren en enkele raadsleden. Het gemeentebestuur moet een sekretaris, een ontvanger en een veldwachter aanstellen en zelf de bevolkingsregisters bijhouden (niet meer de pastoor).

Vanaf 1795 is de Franse wetgeving van kracht. De eerste veldwachter is Isaac Claerbaut Jansz.
De gemeenteveldwachter is in de eerste plaats verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde op het platteland, maar daarnaast is hij ook met andere taken belast. Zo is het in veel dorpen gebruikelijk dat de veldwachter de plaatselijke belastingen inde en dat hij de aalmoezen van het armbestuur aan de bedeelden uitreikt. Verder wordt hij ingeschakeld bij de bezorging van de post en het verspreiden van het dagelijkse nieuws.
De verslagen van de kantons en de gemeenten van de kantons en de gemeenten, en de briefwisseling met de prefekt van het arrondissement, worden in het Frans gesteld.

De bevolking is uitgeput door de vele oorlogen tussen de Republiek en Frankrijk (1672-1678, 1689-1698, 1702-1713, 1747-1748, 1793-1795), waarbij Westelijk Zeeuws-Vlaanderen nagenoeg altijd het kind van de rekening werd. Deze oorlogen werden niet uitgevochten op het eiland van Catzand, maar de bevolking is wel verplicht de op het eiland gelegerde militairen te onderhouden. Daarnaast werd door de soldaten geplunderd.

Nu Catzandt tot Frankrijk behoort is er ook geen verkoop van graan meer op de markt in Middelburg. Andersom is er geen levering meer van goederen aan Catzandt. De handel, de verdiensten en het bijbehorende vertier liggen stil.
Het Zeeuws Patriottisch weekblaadje 'De Vriend des Volks', dat tijdens de jaren 1795 en 1796 is verschenen, schreef in nr. 14: "De afstand van Staatsvlaanderen is, wij bekennen het, voor Zeeland een gewigtig verlies, van meer dan twee tonnen gouds aan jaarlijkse inkomsten."

De gemeente Catsandt wordt gesticht.