HET KANAAL

In 1864 wordt het sterk verzande Zwin vanaf Sluis tot Terhofstede afgedamd. De hierdoor ontstane polder wordt als landbouwgrond in gebruik genomen. Met deze afsluiting is echter de natuurlijke afvoer van grondwater verstoord. Het blijkt al snel noodzakelijk om naast het Zwin een afwateringskanaal te graven vanaf de Bakkersdam bij Oostburg tot aan de kust.

In 1872 wordt, op rekening van het Rijk, met de uitvoering van dit project begonnen. Aan de zeezijde wordt het kanaal afgesloten met een uitwateringsluis, die het zeewater keert bij hoog water.
De 160 meter landinwaarts gelegen wachtsluis (foto rechts) zorgt voor het op diepte houden van de stroomgeul aan de zeezijde van de zeesluis. De wachtsluis heeft 4 eikenhouten deuren die automatisch dichtgaan bij opkomend water. Als het tij op zijn hoogst is worden de sluisdeuren gesloten. Hierdoor staat er tussen de wachtsluis en de sluis een enorme hoeveelheid water. Als het tij op zijn laagst is worden de sluisdeuren geopend. De opgespaarde watermassa kolkt met donderend geweld zeewaarts, massa's zand met zich meesleurend, waardoor de stroomgeul wordt schoongespoeld.

Vanwege het herstellen van de afwatering kan in 1873 het Zwin verder afgedamd worden met de Internationale dijk. De bedijking van het Zwin wordt door een Belgisch bedrijf uitgevoerd. De eerste keer mislukt de afsluiting, doordat het sluitgat wordt opengehouden door de vloedstroom. Bij de tweede poging lukt het.
Hiermee ontstaat de Willem Leopoldpolder, vernoemd naar de toenmalige Belgische en Nederlandse koningen. De nieuwe polder heeft een oppervlakte van 629 hectaren, waarvan 124 hectaren tot Nederlandsch en 505 hectaren tot Belgisch grondgebied behoren.
(foto rechts) Het natuurlijke haventje van Retranchement, bij fort Oranje, dat tot die tijd in gebruik was bij de plaatselijke vissers, is door de drooglegging onbruikbaar geworden. Het laatste schip was van beurtschipper Hennenfreund, die het beurtvervoer tussen Sluis/Retranchement en Holland onderhield.

De uitwateringsluis, de wachtsluis en het afwateringskanaal met bijbehorende werken worden in 1876 overgedragen aan het in 1870 opgerichte waterschap van de Sluis aan de Wielingen.

In 1940, bij het begin van de Tweede Wereldoorlog, wordt de wachtsluis door het Belgische (Waalse) leger om strategische redenen opgeblazen.
Op 1 januari 1942 worden bovengenoemde werken met directiegebouw overgedragen aan het in 1941 opgerichte waterschap 'Het Vrije van Sluis', waarin zesenzeventig polders zijn verenigd.
In 1944, na beƫindiging van de oorlog, blijken de zeesluis en de wachtsluis door de oorlogshandelingen onherstelbaar beschadigd.

Op 1 maart 1954 wordt begonnen met de bouw van de nieuwe zeesluis. Hiervoor moeten onder meer 300 betonnen funderingspalen worden ingeheid. In hetzelfde jaar is 't haventje naast het afwateringkanaal, in het kader van de deltawerken, gedempt.
Op 16 juni 1955 wordt het gemaal officieel in gebruik genomen. Het is eigenlijk al een half jaar eerder in gebruik genomen. In januari moest namelijk het gemaal in werking gesteld worden, omdat de waterstand in het afwateringskanaal zo hoog stond, dat spuien noodzakelijk was.
De wachtsluis (ter hoogte van de huidige loopbrug) wordt niet hersteld, hoewel deze oorspronkelijk toch een zeer belangrijke functie vervulde voor het op diepte houden van de stroomgeul aan de zeezijde van de zeesluis. De ingang verzandt en de handmatig bediende sluis kan slechts met moeite geopend en gesloten worden. Om dit euvel te verhelpen wordt in 1958 de sluisdeur voorzien van een elektrische aandrijving. Het blijkt niet afdoende.

Het bestaande systeem met sluisdeuren wordt daarom vervangen door een systeem met pompen. In 1964 wordt achter de bestaande sluis een uitwateringsgemaal gebouwd.

De functie van sluiswachter is hiermee overbodig geworden. De laatste sluiswachter, Piet de Lijser, neemt in 1963 afscheid van 'zijn' sluis. Het beeld 'De Sluuswachter' bij het gemaal is een herinnering aan die tijd.

Oktober 1964 kan het gemaal officieel in gebruik genomen worden. De pompinstallatie bestaat uit 2 dieselmotoren van elk 500 m3 waterverzet per minuut. Deze capaciteit blijkt op den duur niet voldoende, zodat in 1973 een pompinstallatie wordt bijgeplaatst.

In 1983 wordt het ruim 100 jaar oude afwateringskanaal aan inmiddels hogere eisen aangepast. In totaal moet er 218.000 m3 grond worden ontgraven en verwerkt, waarvan 140.000 m3 moet worden afgevoerd. De kleigrond kan in het uit te voeren werk worden verwerkt of op het aangrenzende bouwland worden gespreid. De zanderige grond zal naar het duingebied vervoerd worden, ter versteviging van de duinen. De hiervoor benodigde 14.000 vrachtautoritten veroorzaken bewoners en vakantiegangers veel overlast. Bij de oplevering eind 1988 wordt er dan ook een diepe zucht geslaakt door alle partijen.

In 2011 wordt besloten bovengenoemde polders weer terug te geven aan de natuur. Dit als gedeeltelijke compensatie voor het verdiepen van de Schelde.

Bron:
Beeldbank.nl
Leendert Fremouw
Jaap Boekhout
cadzandgeschiedenis.nl