Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen


Foto uit 1919 bij het uitreiken van medailles.

In 1908 is Cees van den Heuvel 29 jaar en van beroep sluiswachter. In dat jaar wordt hij ook aangesteld als schipper van de reddingpost Cadzand van de Zuid-Hollandse Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen uit Rotterdam. Hij staat bij de ZHMRS op de loonlijst voor 120 gulden per jaar. Cees kan een beroep doen op de opstappers D. la Gasse, A. Baas, J. la Gasse, J. Misilje, P. de Lijser en A. de Maillie, die pas uitbetaald worden als ze op zee in actie zijn geweest.

Ze, krijgen de beschikking over reddingvlet 'Cadzand'. Het is een onzinkbare 7.50m lange teakhouten vlet met zeil en roeispanen. De vlet lag eerst in de haven, maar korte tijd later is er voor ƒ 1495 een loods gebouwd. Die stond op de rechteroever van de uitwatering.
De reddingboot kan betrekkelijk gemakkelijk te water gelaten worden: een wagen met grote wielen rijdt de boot vanaf de helling direct in het kanaal dat naar de haven leidt. Het probleem komt pas na een reddingsactie: dan moet de boot weer op de wagen gehesen worden.
De verraderlijke zandbanken in het kustgebied tussen Oostende en Breskens zijn hun werkgebied.
Redden was toen nog puur een kwestie van spierkracht, de mannen moesten roeien onder zware omstandigheden en droegen zwemvesten die eruit zagen als accordeons.

Hun eerste redding volbrengen Cees en zijn bemanning op 9 juli 1909. De Belgische klipper Niamor dreigt door een defect aan het roer op het strand geworpen te worden. De Cadzand brengt de in nood verkerende Belgische klipper Niamor behouden binnen.
In datzelfde jaar op 28 juli werd de hoogaars C Z 1 van J. M. Baas te Cadzand op de hoogte van ZeeBrugge overvallen door een hevige windvlaag. Het lijk van het grootzeil brak en het zeil scheurde. Het anker dat men toen liet vallen, hield niet en het vaartuig dreigde op het paalhoofd te slaan. Met behulp van de bemanning van de reddingvlet is het vaartuig, waarvan de schipper tengevolge van een val op het hoofd buiten staat was iets te verrichten, in de haven gebracht.
Op 30 October het schip Christina, geladen met suikerbieten. De Christina was circa 20 minuten van de haven verwijderd, toen de schipper een noodsein heesch. Het roer zomede boeganker met ketting waren verloren. De schipper gaf zijn drie kinderen over aan de reddingvlet Cadzand van de ZHMRS, welke hen eerst landde en toen weder uitging. Daar in zee een sleepboot met een lichter werden gezien, blijkbaar bestemd naar Vlissingen, werd daarheen geroeid en de sleepboot gepraaid, welke daarop de Christina op sleeptouw heeft genomen en te Vlissingen binnengebracht.
In 1911 op 9 juli ’s morgens worden noodseinen gezien van twee schepen die wegens een harde wind en een wilde zee in de problemen zijn geraakt. Eén roeier stapt over om de bemanning van het schip bij het binnenlopen van de haven te assisteren. Bij het schip Nunquam Perfectum gebeurt hetzelfde. Na twee uur zijn de schepen en de reddingvlet behouden binnen.
In 1912 brengt de bemanning drie schipbreukelingen van de Janneke Adriana veilig aan wal.

Schipper Cees van den Heuvel en zijn bemanning volbrengen tijdens WWI in 1918 een ongebruikelijke redding. Op 16 augustus 1918 is een Engels vliegtuig, type De Havilland DH-9, gedwongen te landen op zee in de Wielingen. De schipper/sluiswachter is daar getuige van. Hij roept geneeskundige hulp in en vaart zelf met zijn bemanning door het mijnenveld in de zeestrook de Wielingen naar het vliegtuig en haalt de beide vliegeniers R.M. Wynne-Eyton en Th. B. Dodwell uit het water. Dodwell was zwaargewond aan een arm. In naam van koning George V beloont de Britse regering de schipper en de vrijwilligers met een zilveren medaille (zie foto boven uit 1919).

Op 27 januari 1919 brengt de Cadzand nog eens een twee dobberende Engelse piloten in veiligheid. Het vliegtuig, vertrokken uit België komt neer in het Zwin bij hoog water. De reddingsactie wordt beloond met een bronzen Belgische medaille voor hun hulp aan vluchtelingen, een zilveren medaille van de ZHMRS en een gouden met kroon van de Belgische Reddingmaatschappij.

Muziekvereniging 'Geduld Overwint' te Cadzand in 1919 bij de huldiging van Kees van den Heuvel.


De Christelijke zangvereniging Excelsior te Cadzand in 1919 bij de huldiging van Kees van den Heuvel. Van links naar rechts, voorste rij zittend: de dames Adr. Vasseur, De Winne, S. van Acker, M. Visser, Adr. Fremouw, Jane Lauret, Becu, Van den Heuvel, onbekend en Abr. Becu. Geknield: Wantje Brevet, Mina de Nijs, Rachel Toussaint, Marie Robijn, Jane de Die en Jan de Winne. Vóór de heren staan Saar Fremouw en Betje Duininck. Verder staand: Ko Fremouw, P. de Roo, Iz. Sanders, onbekend, Jan Brevet, Joz. Becu, B. de Ridder (met uniformpet), dirigent Maelsaeke, Jan Sanders, Kees van den Heuvel, Ko Mesielje, Ko la Gasse, Jannis Brevet, Ch. van Houte, Betje de Die, Betje van Houte, Siene de Winne, Siene Brevet, Marie Aalbregtse, Suz. van Dale, Kee de Winne, Marie Faas, Marie Lauret, Dina de Neef en een onbekende jongen.

Schipper Van den Heuvel bereikt in 1933 zijn 25-jarig jubileum. De voorzitter van de ZHMRS, A.A. Baron Sweeres de Landau Wyborg, komt hiervoor persoonlijk naar Zeeuws-Vlaanderen. Maar de mooiste beloning was voor Cees toch de komst in 1933 van de eerste motorreddingboot, de Zeeuwsch Vlaanderen.

In 1938 wordt de bemanning nog een keer door de Belgen beloond, ze hebben vijf mensen van het motorjacht Dina gered.
Op 17 april 1943 redt de Zeeuws-Vlaanderen een Amerikaanse officier-vlieger, die bij de vaargeul Deurloo was neergestort. Schipper Van den Heuvel ontvangt voor deze redding de zilveren gesp van de ZHMRS. Het is in de geschiedenis van de ZHMRS pas de tweede keer dat deze onderscheiding wordt uitgereikt, wat de bijzonderheid van de reddingsactie onderstreept. Opstapper G.J. Beun ontvangt voor dezelfde actie de zilveren medaille.
De laatste redding van Cees van den Heuvel en zijn bemanning vindt plaats in September 1944.
Een maand later worden boot en boothuis onherstelbaar beschadigd door oorlogsomstandigheden.

Cees sterft plotseling in november 1945 op 66-jarige leeftijd. De schipper en zijn bemanning hadden 56 mensen gered.

Bron:
J. Beun
W. Robijn
Gedenkschrift ZHMRS 1824-1924, 1924
M.A. Aalbregtse, Het Eiland van Cadzand in oude ansichten, 1974.
Breskensche Courant
cadzandgeschiedenis.nl, Bert Voets