ELEKTRISCH LICHT

Fietsenmaker Wouter de Smidt jr. uit de Prinsestraat plaatste in 1920 een stroomgenerator in de schuur achter zijn winkel en legde in het dorp bovengronds elektriciteitsleidingen aan. De verlichting in de woonhuizen was tot dan toe met petroleumlampen. Vanaf nu konden de inwoners op bescheiden schaal gebruik maken van gloeilampen. Het vermogen van de generator was minder dan 1000w. (voldoende voor één magnetron).
Foto links: De rijwielhandel van Wouter de Smidt jr. in de Prinsestraat/ hoek Koolsweg in 1900. In de deuropening links Wouter jr. en rechts Wouter de Smidt sr. Daarnaast staat veldwachter De Mullié (Meliere).

Foto rechts: In de werkplaats achter de winkel staat sinds 1920 een ‘electriciteitsmachine’, die aan een aantal woningen. In 1924 verkoopt de inmiddels in Groede wonende Wouter de Smidt jr. het bovengrondse electriciteitsnet aan de gemeente Cadzand.

In 1924 wordt de fietsenzaak overgenomen door zijn zwager Adriaan Verduin en verkoopt De Smidt aan de gemeente Cadzand de rechten voor stroomlevering. De pas opgerichte PZEM levert vanaf dat moment de stroom. Niet bevestigd is of de generator in het pand van Adriaan Verduin blijft, of in 1927 verhuist naar de schuur van aardappelhandel van Van Luik. PZEM-electricien Jasje van Dale zou de machinist zijn. Elektricien Nauta uit Oostburg krijgt van de gemeente de opdracht een bovengronds laagspanningsnet op palen aan te leggen. Per aansluiting zijn er gemiddeld 4 gloeilampen van 25-60 w in gebruik. In 1928 is 80 % van de 217 aansluitbare percelen aangesloten. Ook het gemeentehuis en de kerk zijn klanten.

De radio en de stofzuiger komen in de mode. Vijf inwoners hebben een elektrisch strijkijzer, dat overigens alleen overdag gebruikt mag worden. Een enkeling heeft een straalkacheltje. Handige klanten leggen zelf, zonder vergunning, een stopcontact voor hun radio en strijkijzer aan. Daar is de zekering in hun huis niet op berekend, zodat die doorbrandt. Geen nood, de zekering wordt vervangen door een stuk ijzerdraad.

Controle van de aansluitingen blijkt dus nodig. Die wordt uitgevoerd door veldwachter Hubert van der Lijcke. Menigeen krijgt een boete, want de uitbreiding mag alleen gedaan worden door de elektriciens Jasje van Dale en Adriaan Verduijn. De veldwachter heeft ook tot taak het controleren van het bovengrondse leidingnet op overhangende takken en omgevallen bomen. Ook moet Van der Lijcke de tijdklokken van de dag- en nachtstroom bijhouden. Nachtstroom is goedkoper, maar de klokken lopen geregeld 10 minuten achter. Dat geeft grote discussies, want je moet nooit te veel betalen.

Grote afnemers, zoals de molen met een 25pk motor, maar ook Du Commerce, voor een elektrisch draaiorgel tijdens Kerstmis, moeten een extra vergunning aanvragen. Straatlantaarns worden per stuk aangevraagd. Met een schakelklok wordt de ontsteking en de ‘blussching’ van de straatverlichting geregeld. I.v.m. de verschuivende zonnestand wordt per 14 dagen de schakeltijd aangepast.
Willem Aalbregtsevraagt in 1930 voor zijn molen aan de Badhuisweg een vergunning aan voor een 25pk electromotor, maar kiest uiteindelijk voor aandrijving van zijn maalwerk door een stationair draaiende tractor. Ook Erven Abraham de Hullu vragen een vergunning aan voor de molen aan de Molendijk en plaatsen een maalstoel met 30pk electromotor.

In 1934 is de gemeente Cadzand van al dit werk verlost: de PZEM koopt het leidingnet. Midden 20e eeuw verdwijnt het bovengrondse elektriciteitsnet onder de grond.

Foto links: De Badhuisweg met het bovengrondse elektriciteitsnet in 1939.


Foto rechts: Hier en daar ziet u nog isolatoren van het oude net aan de huizen in de Mariastraat en de Prinsestraat.