De uit Kampen afkomstige 27 jarige C. le Nobel (1908-1968) wordt in 1936 benoemd tot burgemeester van de gemeente Cadzand.

“Juist in die oude Zeeuwsche dorpen, waar een oude traditie de saamhorigheid zooveel hechter maakt, worden de dorpsfeesten nog zoo spontaan en algemeen gevierd. De installatie van een burgemeester is er een gebeurtenis, waar iedere inwoner aandeel aan heeft en de feestviering is er van een hartelijkheid, die uitdrukking is van de vertrouwelijke en gemoedelijke verhoudingen en vormen. Zoo heeft Cadzand de vorige week zijn nieuwen burgemeester, den heer C. le Nobel, een ontvangst bereid, die den nieuwen functionaris en zijn gemeentenaren nog lang zal heugen en een voorteeken moge zijn van onderling vertrouwen en een toekomst van oprechte samenwerking.”


Een feeststoet, met als thema 'Klederdracht', stelt zich op bij de molen van Aalbregtse en begeeft zich naar Potjes om de nieuwe burgemeester van Cadzand in te halen.

De muzikale begeleiding wordt verzorgd door de Christelijke muziekvereniging Excelsior.

De heer C. Nobel (2e van links) en zijn verloofde Rie Ackerstaff (links) worden op Potjes ontvangen door het gemeentebestuur en vervolgens naar het gemeentehuis aan de Mariastraat/Keuvelstraat begeleid.
De overige personen zijn v.l.n.r. Adr. de Roo, Jan Pleyte, Jan Cruson, onbekend, Willem Fenijn (met snor, uit Groede). Vóór Fenijn staan Jas van Noppen en Jan Kools.
Tijdens een buitengewone vergadering volgt de installatie als burgemeester van Cadzand.

Op het bordes van het stadhuis staand bedankt burgemeester Nobel de bevolking voor de hartelijke ontvangst. Voor het stadhuis wordt een statiefoto gemaakt met het gemeentebestuur en de familie Nobel.

Met zijn kersverse bruid (gehuwd 29-1-1938 te Deventer) betrekt burgemeester Nobel zijn gloednieuwe ambtswoning aan de Keiweg in Cadzand-bad.
Mei 1940 wordt Cadzand bezet. De eerste opdracht aan Le Nobel luidt het afbreken van 20 mitrailleurstellingen in de duinen en het inleveren van de wapens. In 1941 wordt zijn huis door de Duitsers in beslag genomen. Burgemeester Nobel heeft de evacuatie van de bewoners van het dorp kunnen voorkomen. Alleen de kustbewoners moesten verhuizen naar het dorp. Bij de bevrijding in oktober 1944 wordt zijn huis verwoest.

De positie van een (niet fascistische) burgemeester in oorlogstijd is moeilijk. Op grond van het landoorlogreglement, een internationaal verdrag, moesten zij tijdens de Tweede Wereldoorlog de bezetter bijstaan. Deze moest op zijn beurt de Nederlandse en Belgische wet en rechtsorde respecteren. Van dat laatste kwam niets terecht.
De burgemeesters stonden zo voor een dilemma; aftreden en worden vervangen door een fascist die nog meer schade aan zou richten, of aanblijven en gecompromitteerd raken door het ingaan op de Duitse eisen.
Historici maken als het over de Duitse bezetting en de reactie daarop gaat, onderscheid tussen ‘accommodatie’ en ‘collaboratie’. In het geval van accommodatie werken mensen samen met de bezetter met het strategische doel diens schadelijkheid voor de bevolking en maatschappij zo beperkt mogelijk te houden. Van collaboratie is sprake als er met de bezetter samengewerkt wordt om zelf voordeeltjes te krijgen of de bezetter een handje te helpen.

Afgezien van de door Rijkscommissaris Seyss-Inquart benoemde burgemeesters, die lid van de N.S.B. waren, zijn na de oorlog als resultaat van de zuivering 700 Nederlandse burgemeesters ontslagen. Hun gedrag was volgens het Centraal Orgaan voor de Zuivering van Overheidspersoneel niet in overeenstemming met de door de Nederlandse regering in 1937 gegeven richtlijn. Vriendschappelijke contacten met Duitsers telden zwaar.

De negatieve beeldvorming van de stadse Le Nobel kan mede beïnvloed zijn door de mentaliteit van de kleine dorpsgemeenschap.

Na zijn ontslag als burgemeester verhuist Le Nobel naar Utrecht. Na zijn scheiding keert hij in 1955 terug naar Zeeuws-Vlaanderen en vestigt zich in Oostburg. Met zijn eenmanspartij zit hij 6 jaar in de gemeenteraad aldaar. Cees Le Nobel overlijdt op 59-jarige leeftijd in 1968.